Your browser version is outdated. We recommend that you update your browser to the latest version.

MADAFOCUS
Lot 512 E 43 Tsarasaotra
Antsirabe 110
Madagascar

Vragen over Madagaskar gelieve te sturen aan: frank@madafocus.be

Tel: +261 (0) 32 05 087 51

RCS : 2013 B 00004

NIF : 2 001 121 445

STAT : 63319 12 2013 0 00121 

Licence:
043-13/MINTOUR/SG/DGDT/DAIT/SAT



ENGLISH

Facebook pagina

Foto's

Nieuws

Reizen op maat

Groepsreizen

Partners

 

Sinds Route Nationale 7 (RN7) een klein decennium geleden een degelijke opknapbeurt kreeg, rijden de meeste bezoekers aan Madagaskar haar volle lengte: van de centraal gelegen hoofdstad Antananarivo tot Toliara in het zuidwesten. De prachtige rit geeft de reiziger een beknopt maar goed overzicht van de Merina en Betsileo cultuur op het Madagassische hoogplateau terwijl het spectaculaire landschap langsheen de hoofdweg de automobilist meer dan eens tot stoppen zal dwingen; hetzij voor een tochtje over de rijstterrassen of gewoonweg voor de obligate kodakmomenten.

 

Ondermeer vanwege haar hoge passen en haarspeldbochten maar ook door het verkeersvertragend karakter bij de dorpskernen en lokale markten op haar weg naar het zuiden, straalt de RN7 een zekere mate van landelijkheid uit. Het echte plattelandsleven zal de bezoeker aan de ‘ruggengraat’ van Madagaskar echter pas ten volle beleven als hij of zij de gewapende gendarmes, roodwitte kilometerpalen, strakke asfalt, betonnen afwatering, verzorgde grasranden, stilstaande vrachtwagens en fluorescerende wegen- en plantsoenwerkers achter zich laat en één van de vele veldpaden opdraait. Zeker als de moeite wordt genomen het voertuig te parkeren en er te voet op uit te trekken opent zich een nieuwe wereld waarbij ritmisch gehamer op gloeiend metaal en koperen klanken van de lokale fanfare een onderdeel vormen van de soundtrack.

 

Een prachtig lijnenspel van de uit de bergflanken gehouwen landbouwterrassen, waarin tussen de frisgroene rijstpijltjes het water glinstert in de zon, vormt de achtergrond van het decor waar de bezoeker instapt als hij of zij de RN7 verlaat. Irrigatiekanaaltjes verbinden de percelen en opgehoogde wandelpaden vormen een netwerk dat de plattelanders gebruiken om snel de volgende vallei te bereiken. De woonerven zijn clusters van huizen met annex voor de keuken, ingebed in het terrasreliëf. In tegenstelling tot de gebouwen langs de hoofdweg die vrijwel allemaal geschilderd zijn in de reclamekleuren van merken als La Vache Qui Rit, Maggi of THB bier, hebben de woningen op het platteland de kleur van hun omgeving. De klei die over de traditioneel gebakken stenen wordt gesmeerd kent er alle tinten van fel okerrood tot zacht lichtbeige.

 

Langs de wegeltjes wordt kleinschalige handel gedreven. Vanachter schamele tafels waarop tamarinde, aardnoten of pok pok bessen in kleine stapels geordend ligt, proberen verlegen dames getooid met raffia hoeden die een kanten schaduw op hun gezicht toveren, de aandacht van passanten te trekken. Sommigen hebben hun houten kraampje uitgebreid met een kast waar achter het bekraste glas oliebollen glimmen van het vet. Hoge stapels met gras afgedekte zakken houtskool – gemaakt van de oud hout vervangende eucalyptus – verklaren voor een deel de ecologische ramp die het rode eiland teistert. De roetzwarte eigenaars ervan wachten op de zeboekarren die het brandstof naar de hoofdweg zullen voeren.

 

De waterpartijen in de terrassen zijn het leefgebied van wiegende moederganzen die tussen de hurkende wasvrouwen ongestoord hun kroost de weg wijzen naar voedsel. In het rode okerstof dagen magere hanen met vervaarlijke sporen concurrenten uit voor een duel om de mooiste hen. In de schaduw van een mangoboom draait een scharensliep aan het wiel van een omgekeerde fiets waarmee hij een wetsteen in beweging krijgt die schoffels en spades gereed maakt voor het hard labeur op de landbouwpercelen. Een groepje mensen met zondagse hoeden volgt het met agave afgeboorde pad. Ze zijn op weg naar een uit duizenden baksteentjes opgetrokken koloniaal kerkje waar ze hun katholieke geloof zullen belijden. Nadien schakelen ze moeiteloos over op hun traditionele levensovertuiging en halen ze overleden familieleden uit de graftombes om ze van een nieuwe wikkeldoek te voorzien. Fanfares met koper en hout begeleiden het hierbij gevierde dansfeest.

 

Het Madagassische platteland rookt. De pluimen stijgen op uit de ontelbare baksteenovens en houtskoolstapels  maar ook uit de grassige dakbedekking van de soms wel drie verdiepingen tellende huizen. Smederijknechten doen er een schepje bovenop door extra hard op de blaasbalgen te duwen die de smidsvuren van onder aanwakkeren. De rookwolken trekken in slierten over de velden waar tussen de gravenclusters aangeschoten ooms met scheve petten de herbegrafenisfeesten afsluiten met een spelletje pétanque. Na hun feestmaaltijd van wormen en teken in de schaduw van de overal rondgrazende zeboes stijgen vluchten witzilveren koereigers op om de rookpluimen te volgen tot bij hun slaapbomen.

 

De hierboven neergepende beschrijving van het Madagassische platteland lijkt wel op het decor van een sprookje. Lieftallige verkleinwoorden als idyllische tafereeltjes en pittoreske balkonnetjes zouden er niet in misstaan. Maar de beschrijving is niet overdreven. De scènes noteerde ik waarheidsgetrouw in mijn aantekenboekje tijdens een onlangs voltooide tweeweekse rit langsheen de RN7, onderbroken met regelmatige excursies van de hoofdweg af. De volledige waarheid verplicht me echter te vermelden dat de omgeving langsheen het zuidelijke deel van de weg een veel hardere realiteit oproept. Honderden kilometers ontboste rode aarde waar negroïde groepen (in tegenstelling tot de meer Aziatische volkeren van het hoogplateau) een constant gevecht voeren om te overleven. Velen bieden zich aan bij de saffiermijnen waar buitenlandse concessiehouders hen voor een minimumloontje keihard laat zwoegen. Om nog maar te zwijgen over de arbeid die hun dochters moeten leveren in de hierdoor ontstaande boomtowns